Dovenstudies

Het Lectoraat Dovenstudies van Hogeschool Utrecht bestaat sinds september 2007  en is primair opgericht om kennisgeneratie en kennisspreiding tot stand te brengen tussen het onderwijs aan de HU, de Dovengemeenschap en de beroepspraktijk. Daarnaast bewaakt en ondersteunt het lectoraat het curriculum van de bacheloropleidingen Leraar/Tolk Nederlandse Gebarentaal (NGT), de Associate Degree Schrijftolk en de masteropleiding Dovenstudies/Leraar NGT. Ook draagt het bij aan de professionalisering van docenten in dit werkveld. In 2011 is verlenging van het lectoraat verleend door het College van Bestuur van de HU tot 2015.


Binnen het Lectoraat Dovenstudies wordt wetenschappelijk onderzoek gedaan op drie hoofdterreinen, nl.   Dovencultuur, (didactiek van) NGT en tolkprocessen. Het lectoraat wil door middel van onderzoek een bijdrage leveren aan de verbetering van de kwaliteit van leven en het toegankelijker maken van onze maatschappij voor iedereen, dus ook voor doven en slechthorenden en mensen met een communicatieve beperking. 
 
Onderzoek dat door het lectoraat Dovenstudies wordt verricht, heeft naast een wetenschappelijke insteek zeker ook een belangrijke link naar de praktijk (zowel de onderwijspraktijk als het werkveld). Het onderzoek moet leiden tot nieuwe inzichten, die op hun beurt weer leiden tot aanpassing van het onderwijs of de rol van gebaren en gebarentaal binnen de maatschappij. Een van de doelen is het ontwikkelen van best practices op het gebied van de communicatie van doven en slechthorenden voor bijvoorbeeld de opleidingen van de HU (verpleegkunde, fysiotherapie, PABO, lerarenopleidingen voortgezet onderwijs). Iedereen kan tenslotte een dove of slechthorende collega krijgen, of een doof of slechthorend kind in de klas. Diversiteit is tegenwoordig een ‘hot’ item. Het zichtbaar maken, onder andere door middel van onderzoek, dat iedereen verschillend is levert een verrijking op voor onze samenleving. De bijdragen die dove mensen en gebarentaal kunnen bieden aan onze maatschappij zijn tot op heden onderbelicht en zullen door middel van onderzoek naar ‘Deaf Gain’ hopelijk zichtbaar gemaakt kunnen worden. 
 
De Nederlandse Gebarentaal wordt pas enkele tientallen jaren als taal onderzocht en onderwezen; veel is nog onbekend over de taal en over hoe mensen deze taal leren: als eerste taal of tweede of vreemde taal. De kennis die er wel is in de praktijk dient bijeengebracht te worden, zodat een database van best practices ontstaat voor het professionaliseren van opleiders en het werkveld.


Tolken gebarentaal werken meestal simultaan in twee talen; het Nederlands en de NGT, en soms ook in een derde taal. Er is dringend behoefte aan meer inzicht in allerlei tolkprocessen, zowel algemeen als taalspecifiek. Er is in Nederland veel praktijkkennis opgebouwd, maar gestructureerd onderzoek naar allerlei zaken die van invloed zijn op het tolkproces is dringend gewenst. De resultaten van dit onderzoek dragen bij aan de beroepspraktijk, aan het professionaliseren van opleiders en aan de theorievorming.